ERELONEN SQ BRUSSELS

– Het ereloon is de vergoeding voor de door de advocaat of zijn medewerkers geleverde diensten.

In de regel wordt bij de aanvang besproken op welke wijze het ereloon zal worden aangerekend.

Er wordt ofwel een uurtarief afgesproken, ofwel een vast bedrag voor een welbepaalde procedure of onderdeel van een procedure. Er kan ook een bijkomende vergoeding worden afgesproken in geval van een gunstig resultaat.
Voor de bepaling van het uurtarief wordt rekening gehouden met het belang van de zaak, de ervaring en specialiteit van de advocaat, de spoedeisendheid en de draagkracht van de cliënt.

De diensten en prestaties worden in de regel aangerekend tussen de 150 euro en de 400 EUR meer btw (21 %) per uur, tenzij anders overeengekomen of bepaald. De aard van het dossier kan bepalend zijn om desgevallend een vast bedrag te bepalen, een percentage (bvb. bij invorderingen) of een succes-fee. In dat geval wordt dit vooraf en schriftelijk bepaald.

Het ereloon kan getrapt zijn naargelang de vennoot of medewerker werkt  van hoog naar lager of er kan een flat line tarief gebruikt worden dat uniform is en waarbij het ene uurloon onweerlegbaar geacht wordt het andere te compenseren;  alle tijd nodig voor verplaatsingen wort consequent
doorgerekend  aan het uurtarief vermits de advocaat dan ook in het dossier actief is, die tijd evengoed moet vergoed worden en de  gebeurlijke compensatie voor zoveel als nodig  is ingebouwd in het uurtarief zelf ;

– De kosten van de advocaat zijn enerzijds de vaste, algemene kosten voor de werking van het
kantoor en anderzijds de specifieke, aan een welbepaald dossier toe te rekenen kosten voor de uitvoering vande door cliënt gevraagde dienstverlening.

De kosten worden als volgt begroot:

  •  aanleg van een nieuw dossier: € 40,00
  • brieven en procedurestukken: € 10,00 per blad
  • kopies: € 0,50 per kopie
  • verplaatsingen: € 0,40 per kilometer
  • meer btw (21 %)

– De gerechtskosten zijn de kosten die de client moet betalen aan derden, zoals de gerechtsdeurwaarders, de griffie, vertalers en openbare instanties. De client betaalt ze rechtstreeks aan deze derden. Indien de advocaat deze gerechtskosten voorschiet worden ze precies en gedetailleerd vermeld in de staat van kosten en ereloon.
Sinds 1 januari 2008 heeft een winnende partij in een proces het recht om (een deel van) het ereloon en de kosten van zijn advocaat te laten vergoeden door de verliezende partij ( = ‘verhaalbaarheid van de erelonen’ ).
Deze tussenkomst is forfaitair. Het is de rechter die het precieze bedrag zal bepalen. Het bedrag, zowel het basisbedrag als het minimum- en het maximumbedrag van de rechtsplegingsvergoeding staat in het KB van 26 oktober 2007. Meer info: www.advocaat.be.

In beginsel kent de rechter het basisbedrag toe. Als minstens één van de partijen hierom vraagt kan de rechter, op basis van 4 in de wet opgesomde gronden, het basisbedrag verlagen of verhogen binnen de grenzen van het minimum en het maximum. De rechter moet zijn beslissing in geval van verhoging of verlaging van het basisbedrag motiveren.